“Ik wilde gewoon zijn. Gewoon indiaantje spelen. Erbij horen, mogen zijn wie ik was, ik wilde leven, net als alle andere kinderen. Maar mijn moeder had andere plannen. Voor haar was ik een middel om haar eindeloze behoefte aan aandacht te verwezenlijken. En mijn stiefvader? Die vond mij alleen maar hinderlijk. Niet de moeite waard.”
Het boek bevat scherpe observaties over zijn huisgenoten (onder meer stiefvader ‘Senior’, stiefzus ‘Giechel’ en stiefbroer ‘Slof’) naast beschrijvingen waarin Roberts verbondenheid met de natuur tot uitdrukking komt. Indiaantje spelen in het park, rondstruinen in weilanden en bos, het aanvoelen van dieren; op deze manier maakt hij contact met zichzelf en voelt hij zich vrij.
Het boek sluit af met Roberts ‘Theorie’: een pleidooi om de ‘werkelijke werkelijkheid’ te ervaren en je niet te laten leiden door de taal. Taal en woorden kunnen misleidend zijn en een valse voorstelling van zaken geven.



