Toen ik bang was is het relaas van Saskia, een moeder, echtgenote en werknemer bij de Spoorwegen. Ze heeft last van paniekaanvallen. Ze is onder meer bang voor liften, maar ook voor pleinen, voor drukte, voor alleen zijn, voor de dood, en ook voor bussen. Haar fobieën ontwrichten haar hele leven. Op een dag beseft ze dat het zo niet langer kan en dat ze een therapie moet vinden die haar kan helpen haar kwaal te verlichten. Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk.
Activiteiten buitenshuis die voor anderen volkomen normaal zijn kunnen voor mensen met een angststoornis oorzaak zijn van wilde hysterie. De gang naar de supermarkt of het over een brug fietsen zijn voor hen een gewaagde onderneming. Saskia wordt aan de hand van haar therapeut een andere wereld binnengeloodst. Een wereld van vermijdlijstjes, deelfobieën en gedoseerde blootstelling aan angsten. Een soort shocktherapie eigenlijk, waardoor ze langzamerhand weer greep krijgt op haar leven.
Inkijkexemplaar:





